Waarom meisje (15) in elkaar geslagen werd terwijl beveiliging toekeek

meisje-in-elkaar-geslagenEen meisje van 15 jaar is in elkaar geslagen ondanks dat ze bescherming zocht bij de beveiligers van een busstation in Seattle. De beveiligers stonden op minder dan een meter afstand toen het meisje flinke klappen kreeg van een belaagster. Er werd niet ingrepen omdat de beveiliging als instructie had om enkel te “observeren en rapporteren”. Die instructie kan echter nooit de enige reden zijn geweest van hun apathische houding.

Wat bezielt drie volwassen mannen, die zijn ingehuurd en wellicht getraind om de veiligheid te bewaren, om niet in te grijpen als er overduidelijk sprake is van excessief geweld? De beelden (zie onder) zijn schokkend. De afranseling was gruwelijk. De noodzaak om in te grijpen was overduidelijk. En toch grossierden de beveiligers in passiviteit.

Het gezonde verstand zou zeggen dat je de geweldsinstructie van je baas negeert en op persoonlijk titel ingrijpt. Dat is je maatschappelijke plicht, zeker in deze relatief veilige situatie waarbij de aanvaller een jonge vrouw is. De drie mannen zouden haar fysiek gemakkelijk in bedwang kunnen houden. Er moet echt meer gespeeld hebben. Misschien speelde angst voor handlangers van de vrouw een rol, maar het lijkt me eerder een geval van sociale bewijskracht.

Sociale bewijskracht
Ingrijpen in een geweldsdelict is uiteraard niet makkelijk. Toch blijken mensen in groepen in sommige situaties bijzonder apathisch. Dat geldt ook voor “veilige” situaties, zoals wanneer er rook onder een deur vandaan komt en bellen van de brandweer al “hulp” zou zijn. Een ander voorbeeld is die van een moord waar 38 verstandige, fatsoenlijke en plichtsbewuste mensen getuige van waren. Ze konden de moord midden op straat zien gebeuren terwijl ze achter de geraniums zaten. Geen van hen belde de politie.

Robert B. Cialdini, hoogleraar Psychologie en Marketing, beschrijft twee redenen waarom er soms niemand in dergelijke situaties ingrijpt. De eerste is: ‘Als er diverse potentiële helpers aanwezig zijn, neemt de persoonlijke verantwoordelijkheid af’. De tweede reden is sociale bewijskracht, die met name van toepassing is in “onzekere situaties”. Dan ‘hebben mensen van nature de neiging om te kijken wat anderen doen om na te gaan wat ze zelf het beste kunnen doen’.

Het is dus een misvatting dat mensen in geval van nood veiliger zijn in een groep als men omringd is door mensen die kunnen helpen. Darley & Latané (1968) onderzochten of de kans dat iemand met een epileptische aanval geholpen zou worden, groter is als er vijf of slechts als er één persoon toevallig in de buurt is. Als er vijf mensen toekeken werd hulpbehoevenden slechts 31% van de keren geholpen, met slechts één aanwezige was dat maar liefst 85%.

sociale-bewijskrachtOf een individu uit een groep hulp biedt, is sterk afhankelijk van de overige aanwezigen. Als “de rest van de groep” doet alsof er niets aan de hand is, of zich simpelweg niet bewust is van de noodzaak, zal ook een individu eerder oordelen dat er geen hulp nodig is in een hulpbehoevende situatie. Omgekeerd is ook waar: als drie mensen midden op straat naar een willekeurig punt in de lucht gaan staan kijken, zullen binnen korte tijd velen volgen.

De kracht van sociale bewijskracht bleek bijvoorbeeld ook uit onderzoek van Latané & Darley. Ze vroegen proefpersonen om zich passief/onverschillig te gedragen in een verdachte, potentieel gevaarlijke situatie. De enige proefpersoon die deze instructie niét kreeg, greep veel minder vaak in dan met vergelijkbare tests waarin de proefpersoon niet vergezeld was van een groep.

Waarom het meisje uit Seattle niet geholpen werd
Door de ongebruikelijke situatie (een gevecht), de geweldsinstructie (alleen “observeren en rapporteren”) en het potentiële gevaar van handlangers van de aanvaller, ontstond er een “onzekere situatie”. Een onzekere situatie zorgt voor een sterk invloed van sociale bewijskracht (wat doen mijn collega-beveiligers?) als richtlijn voor het eigen gedrag.
Géén van de beveiligers achtte zijn “instructies” ondergeschikt aan het voorkomen van een vechtpartij. Ze werden (als “individu” binnen de “groep”) daarin bevestigd omdat ook hun twee collega’s niet tot actie overgingen.

Het is dan ook geen wonder dat eventuele toevallige voorbijgangers niet ingrepen. Ook voor hen was er sprake van een “onzekere” situatie en was sociale bewijskracht op hun van toepassing: als zelfs die stoere mannen in uniform niets doen…

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. Both comments and pings are currently closed.

Comments are closed.